Diensten

Mechanisch technologisch onderzoek

Mechanisch technologisch onderzoek

Mechanisch onderzoek

Mechanisch technologisch onderzoek

Trekproef

Mechanisch technologisch onderzoek

Kerfslagproef

Mechanisch technologisch onderzoek

Buigproef

Mechanisch technologisch onderzoek

Hardheidsmetingen

Brinell

Diensten

Lasmethode kwalificaties

Een lasmethode kwalificatie is het praktische bewijs dat de lasmethode beschrijving, waarin alle relevante lasparameters binnen het betreffende lasproces in combinatie met het te lassen materiaal zijn vastgelegd en mits goed gevolgd kan leiden tot een las van voldoende sterkte en andere aan de las gestelde eigenschappen. In het algemeen moet een las tenminste dezelfde eigenschappen hebben als de minimaal gespecificeerde eigenschappen van het gelaste (basis)materiaal.

De lasmethode kwalificatieproef, bestaat uit:

  • het daadwerkelijk lassen van een proefstuk volgens de lasmethode beschrijving, inclusief een eventuele warmtebehandeling na het lassen en eventuele reparatielassen ook weer gevolgd door warmtebehandelingen,
  • niet destructief onderzoek (visueel onderzoek en radiografisch, ultrasoon, magnetisch, penetrant en/of lekdichtheid onderzoek), en
  • destructief onderzoek (zoals trek, buig, kerfslag, hardheid en macroscopisch onderzoek, maar ook corrosie onderzoek), gericht op het opsporen van typische uitvoeringsfouten (bijv. onjuiste lasnaadvorm, laspositie of voorgeschreven lasparameters) of metaalkundige afwijkingen (bijv. verkeerde lagenopbouw, te hoge hardheid van de warmte beïnvloede zone, te lage kerfslagwaarde of verlies aan corrosievastheid).

Bij de lasmethode kwalificatieproef wordt dan ook rekening gehouden met de latere werkelijkheid tijdens de fabricage van een product. Daarbij valt te denken aan beperkte toegankelijkheid van de lasnaden, een zeer beperkte krimpmogelijkheid bij starre constructies (denk aan dikwandige doosvormige constructies) of een moeilijke inspecteerbaarheid van de lassen, en corrosie door het milieu tijdens gebruik.

Diensten

Lasmethode kwalificaties

De lasproefstukken worden dan gelast met een beperkte toegankelijkheid (dit wordt mede bepaald door de in het werk mogelijke laspositie met eventueel een extra verhindering van toegankelijkheid) of beperking van de krimp tijdens en na het lassen.

Het lassen van de lasproefstukken, het proeflassen, moet, afhankelijk voor het toepassingsgebied en het te maken product, worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van een onafhankelijk inspectiebureau. Het voorschrift of de norm volgens welke de lasmethode kwalificatie moet worden afgelegd worden bepaald door het te maken product, het land van opstelling van het te bouwen product, de keuring (toezichthoudende) instantie en de opdrachtgever/afnemer. Het voorschrift bepaald vervolgens het geldigheidsgebied van de lasmethode kwalificatie (feitelijk de tolerantie op de lasparameters), zoals:

  • Het lasproces en de laspositie
  • Lasstroom, boogspanning en polariteit
  • Bekleding of vulling van het toevoegmateriaal of type laspoeder
  • Gasbescherming
  • Productvorm en afmeting (wanddikte en/of diameter)
  • Het basismateriaal of toe te passen lastoevoegmateriaal, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar chemische samenstelling of sterkte eigenschappen
  • Lasnaadvorm

Veel toegepaste voorschriften voor lasmethode kwalificaties zijn ASME Section IX, EN 15614, AWS D1.1.

vervolg 1(eind)

Diensten

Lasser kwalificaties

Een lassers kwalificatie is het bewijs dat een lasser onder gegeven (bedrijf-, werkplaats-, montage) omstandigheden volgens een voorschrift (een aantoonbaar goede lasmethode beschrijving) in staat is gebleken een las te maken, die voldoet aan de daaraan in het van toepassing zijnde voorschrift gestelde eisen. In het algemeen moet een proeflas voor een lassers kwalificatie geen lasser fouten vertonen. Er wordt niet of veel minder dan bij een lasmethode kwalificatie gekeken naar de materiaal eigenschappen van de lasverbinding, maar vooral naar de vaardigheid van de lasser.

Bij de lassers kwalificatie wordt vooral gekeken naar de vaardigheid van de lasser en eventueel het begrip dat de lasser heeft van de lasmethode beschrijving.

Bij een lasser kwalificaties voor een operator van gemechaniseerde processen wordt beoordeeld of de operator in staat is volgens het voorschrift een (bij voorkeur ontregelde) lasmachine (robot e.a.) in te stellen en daarmee een goede las te produceren in een gegeven werkstuk (vaak één van een serie van bepaalde grootte) en materiaal. Een voorschrift hiervoor is bijvoorbeeld ASME Section IX, EN 287-1, AWS D1.1.

De lasser kwalificatieproef, bestaat in het algemeen uit:

  • het daadwerkelijk lassen van een proefstuk volgens een goede lasmethode beschrijving (en daarbij ook beoordelen of de lasser begrip en kennis heeft van die lasmethode beschrijving), inclusief eventueel voorwarmen in de gewenste laspositie,
  • niet destructief onderzoek (visueel onderzoek en radiografisch, ultrasoon, magnetisch, penetrant), en/of

Diensten

Lasser kwalificaties

  • destructief onderzoek (zoals trek of buigproeven en macroscopisch onderzoek aan één of meerdere doorsneden), gericht op het opsporen van typische lasserfouten door gebrek aan vakbekwaamheid. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld slak- en gasinsluitingen, bindingsfouten, randinkarteling, onvolkomen doorlassing of onjuiste lasgeometrie. De uitvoering van de onderzoeken en de eisen gesteld aan de uitkomsten ligt wast in de uitvoering-, beoordeling- of materiaalnormen.

Het spreekt voor zich dat ook productie laswerk van gekwalificeerde lassers vaak toch nog (niet destructief) onderzocht moet worden; immers de lassers kwalificatie is een veelal eenmalig afgelegde proef, waaraan de lasser zonder twijfel extra aandacht zal hebben besteed en die vaak onder betere omstandigheden is gelast dan die in de praktijk, en ... lasdefecten kunnen in iedere las voorkomen.

De beproevingsomvang aan een lassers kwalificatie proefstuk is gericht op het opsporen van typische lasserfouten. Deze kunnen meestal worden vastgesteld door óf niet-destructief onderzoek óf de uitvoering van buig- of trekproeven en het macroscopisch onderzoek van één of meer dwarsdoorsneden van de proeflas. Ervaring leert echter dat, indien er en keuze is, destructief onderzoek de voorkeur geniet boven niet destructief onderzoek vanwege de detecteerbaarheid van eventuele lassers fouten. De combinatie van beide onderzoeken, zoals "vroeger" gebruikelijk was, geeft wel aan "dat het vroeger beter was".

De lasser die het met goed gevolg onderzochte lasmethode kwalificatie lasproefstuk heeft gelast, is daarmee ook gekwalificeerd voor dat betreffende lasproces.

vervolg 1(eind)

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

De breukmechanica beschrijft de invloed die defecten hebben op wisselend of statisch belaste constructies of constructiematerialen. Voor constructies met defecten is het van belang om te weten of te onderzoeken hoe materiaal zich onder belasting nabij defecten gedraagt.

De mechanische eigenschappen (die temperatuur afhankelijk zijn) van het materiaal zijn sterk van invloed op de breuktaaiheid. Onderscheid kan gemaakt worden tussen

  • materialen die zich nabij een defect elastisch gedragen, en
  • materialen waarbij onder belasting uitgaande van de defecten beperkte plastische zones gevormd worden.

In geval van statische en semi-statische (overwegend statische) belastingen wordt het bezwijkgedrag van materialen met bovenstaand gedrag beschreven door

  • lineair elastische breukmechanica (LEFM, bros materiaalgedrag), en
  • elastisch-plastische breukmechanica (EPFM, taai materiaalgedrag).

Wat betreft elastisch of plastisch gedrag is behalve de mechanische eigenschappen van het materiaal (zoals bepaald met een trekproef) ook de bij belasting optredende spanningstoestand van groot belang. Hierbij speelt de mate van constraint (beperking van de vervorming of vervormingsverhindering), die wordt opgelegd door de constructie, een belangrijke rol. De mogelijkheid tot plastische vervorming wordt minder naarmate de wanddikte en stijfheid van de constructie toeneemt, doordat dan een 2-dimensionale spanningstoestand (zogenaamde plane stress) overgaat in een 3-dimensionale spanningstoestand (zogenaamde plane strain) optreedt. Hierdoor neemt effectief de vloeigrens van het materiaal (von Mises criterium) toe.

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

De breuktaaiheid van een constructie met defecten wordt niet alleen door de materiaaleigenschappen, de constraint en hoogte van de nominale belasting bepaald, maar ook door de snelheid waarop de belastingen optreden. Onderscheiden kunnen worden:

  • schokbelasting. De gevoeligheid voor plotselinge breuk als gevolg van schokbelastingen kan onderzocht worden middels kerfslagtesten (dergelijke testen vallen buiten het bestek van de breukmechanica).
  • semi-statische belasting. Stabiele of instabiele scheuruitbreiding onder (semi)-statische belasting kan onderzocht worden met KIc, CTOD of SENT testen.
  • wisselende belasting. De gevoeligheid voor scheurgroei onder wisselende belasting kan onderzocht worden met vermoeiingstesten.

De breuktaaiheid van een constructie wordt verder sterk bepaald door de wijze waarop de belastingen aangrijpen, waarbij vooral de vorm (vlakke fouten of volume fouten) en de oriëntatie van defecten in de constructies van belang is.

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

Dergelijke defecten zijn o.a.:

  • materiaaldefecten, zoals
    • gietholten
    • slakinsluitsels
    • dubbelingen
  • fabricagedefecten, zoals
    • bindingsfouten
    • onvoldoende doorlassing
    • slakinsluitsels
    • scheuren
  • defecten die ontstaan tijdens gebruik, zoals
    • corrosieschade (algemeen, specifiek)
    • vermoeiingsscheuren

Met name de vlakke fouten (bindingsfouten, onvoldoende doorlassing, corrosiescheuren en vermoeiingscheuren) leiden tot een sterk verminderde breukweerstand van een constructiedetail.

De ontwerper moet aan de hand van de berekende spanningen of vervormingen de constructie optimaliseren. Dit wil zeggen dat hij ervoor moet zorgen dat de spanningen op kritieke plaatsen zo laag mogelijk gehouden moeten worden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met mogelijke scheurvorming tijdens gebruik. Dynamische belastingen kunnen b.v. tot vermoeiingsscheurgroei (en daarmee tot defectvorming/uitbreiding) leiden.

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

Derhalve moeten bij dynamische belastingen ook de vermoeiingseigenschappen van de materialen bekend zijn, of met laboratoriumtesten worden bepaald. In een vervaardigde constructie, met name bij lassen, moet altijd rekening worden gehouden met mogelijke defecten.

Vooral de toelaatbare foutgrootte van de in het materiaal aanwezige defecten, in combinatie met het zogenaamde “scheurstoppend vermogen” van de constructiematerialen, is belangrijk.

Het scheurstoppend vermogen van constructiematerialen wordt ondermeer bepaald door de defect- en constructiegeometrie. Naarmate bij gelijke defecten de constructiedelen dikker worden (toename constraint, plane strain belasting), wordt het gevaar voor scheurvorming en plotselinge uitbreiding van al aanwezige scheuren groter. Om hier inzicht in te krijgen, zijn proeven als de KIc bepaling, de CTOD-test en hiervan afgeleid de SENT-test ontwikkeld.

Aan de hand van de resultaten uit dergelijke testen kan de toelaatbare foutgrootte in een constructie worden afgeleid (middels fitness for purpose, FFP). Dit is met name van belang voor de keuze (lees kosten) van de toe te passen vervaardigingstechnieken en het daaraan gerelateerde benodigde niet destructief onderzoek na het vervaardigen van een constructie.

KIc-test

KIc (critical stress intensity factor, crack opening mode) testen worden uitgevoerd indien het betreffende materiaal onder belasting ter plaatse van aanwezige defecten geen tot zeer beperkt plastisch gedrag vertoont (LEFM).

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

Een dergelijke belastingstoestand treedt op aan defecten in materialen met een hoge rekgrens en kleine breukrek (materialen met een sterke neiging tot brosse breuk), met name in combinatie met een relatief hoge wanddikte (plane strain belastingstoestand, hoge constraint).

De KIc waarde wordt bepaald middels driepuntsbuigtesten aan proefstaven waarin een fijne vermoeiingsscheur is aangebracht waarmee een scherp defect wordt gesimuleerd (zie ook CTOD testen).

Met een middels testen bekende KIc waarde van een materiaal kan uitgaande van een constructiedetail bij een gegeven belasting de maximaal toegestane defectgrootte bepaald worden. Indien deze defectgrootte of de bijbehorende maximale toegestane belasting wordt overschreden treedt plotselinge instabiele scheuruitbreiding (=brosse breuk) op.

CTOD-test

CTOD (Crack Tip Opening Displacement) testen worden toegepast indien vastgesteld moet worden of, en wanneer, defecten in een constructie tot scheurgroei aanleiding zullen geven.

Het concept wordt toegepast voor materialen waarbij plastisch gedrag aan de defecten optreedt (EPFM), waarbij het KIc testen (zie boven) niet geldig is.

Daarbij moet worden gedacht aan materialen die initieel enige tot sterke stabiele (plastische ofwel taaie) scheuruitbreiding vertonen onder een statische of langzaam toenemende belasting (semi-statisch) of vervorming. Vooral de manier waarop de scheuruitbreiding zich verder voltrekt is belangrijk.

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

Het gevaarlijkst zijn de scheuren die plotseling instabiel uitbreiden, dat wil zeggen de scheuren die zich uitbreiden zonder dat de belasting op de constructie wordt verhoogd. Meestal verloopt deze instabiele uitbreiding van scheuren zeer snel, en er is in dat geval geen tijd om van buitenaf in te grijpen. De scheur groeit in korte tijd en heeft vaak breuk van het constructiedeel tot gevolg. Een dergelijke breuk heeft een bros karakter.

Veel gevallen van brosse breuk zijn het resultaat van een dergelijke zeer snelle, instabiele uitbreiding van een scheur. Dit type breuk doet zich dikwijls voor bij materiaalspanningen die ver beneden de rekgrens liggen. Het is dan ook een zeer verraderlijk breuktype.

Het invoeren van de kerfslagproef als methode om de materiaalkwaliteit ten aanzien van de brosse breuk te controleren, betekende vroeger een verbetering. De resultaten van een dergelijke proef geven een indicatie van de brosheid van een materiaal, maar uit de resultaten hiervan kan het materiaalgedrag zoals optreedt onder een (semi)-statische belasting niet eenduidig afgeleid worden.

De laatste jaren worden, vooral in de off-shore constructies, steeds grotere materiaaldikten toegepast. Hierbij zijn de spanningstoestanden rond defecten in de constructies anders dan in dunnere constructies. Bij grotere diktes kan het materiaal rond defecten nog maar beperkt vervormen (3D spanningstoestand). En juist het vervormen van het materiaal is nodig om veel energie op te nemen. Anders kan deze energie vrijwel geheel worden gebruikt voor scheurgroei, hetgeen weinig energie kost.

Uit bovenstaande volgt dat middels kerfslagproeven op staafjes van 10 x 10 x 55 mm geen uitspraak gedaan kan worden over het gevaar voor brosse breuken in dikwandige constructies.

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

Kerfslagtesten geven slechts een eerste indicatie over het materiaalgedrag.

Bovendien is het zo dat in dikke constructies niet alleen bedrijfsspanningen voorkomen, maar ook nog veel restspanningen als gevolg van het vervaardigen (bijvoorbeeld bij lassen). Dus, hoewel de kerfslagproef nuttig is, kan worden gesteld dat de (genormeerde) CTOD-proef hierop een waardevolle aanvulling vormt. CTOD proeven worden namelijk uitgevoerd aan gestandaardiseerde (SENB, single edge notched bend) proefstukken met de dikte van de constructie, waarin een werkelijk defect (een vermoeiingsscheur) is aangebracht. Het defect kan worden aangebracht in het basismateriaal, de las of de warmtebeinvloede zone. De staaf wordt bij de gebruikstemperatuur onder (langzaam) toenemende buigbelasting (verplaatsingsgestuurd) getest, waarbij wordt de scheuropening geregistreerd.

Het belangrijkste is dat uit de resultaten van de CTOD-proef berekend kan worden wat de kritische scheurgrootte van het materiaal (PM, las of HAZ) is. Dit is de grootte van een scheur of defect in een constructieonderdeel, dat onder bepaalde omstandigheden (belasting, materiaal, temperatuur) nog net geen aanleiding geeft tot instabiele scheurgroei / breuk.

SENT-test

Wat betreft lassen in pijpleidingen, met name bij pijpleidingen met grote diameter die tijdens het leggen onder een buigende belasting (bocht) staan (bv pijpleidingen gelegd vanaf schip in zee), is gebleken dat het CTOD testen middels buigproeven aan standaard SENB (single edge notched bend) specimens sterk conservatieve waarden wat betreft de toegestane foutgrootte oplevert. Dit resulteert in hoge kosten wat betreft vervaardiging (keuze lasproces, toegestane foutgrootte) en inspectie (keuze niet destructief onderzoek).

Diensten

Breukmechanisch onderzoek (CTOD, SENT)

De reden hiervan is dat bij dergelijke belasting van pijpleidingen de constraint beduidend lager is dan de constraint in een standaard SENB teststaaf (de SENB staaf is relatief diep genotched). Tijdens buiging van een grote diameter pijpleiding met een flauwe bocht staan de lassen voornamelijk onder trekbelasting (en niet onder buiging), terwijl de meest voorkomende (en schadelijke) lasfouten, bindingsfouten, zich meestal in de root van de las bevinden, en daarmee relatief dicht aan het oppervlak liggen. Dit leidt tot een duidelijk lagere constraint ter plaatse van het defect. Om dergelijke condities te simuleren is het SENT testen ontwikkeld door een overkoepelend onderzoeksverband van meerdere participanten bij het TWI.

Bij de SENT test, een afgeleide van de genormaliseerde CTOD test, wordt een platte standaard SENT proefstaaf (single edge notched tensile specimen) aan het oppervlak een relatief ondiepe vermoeiingsscheur aangebracht waarmee een relatief dicht aan het oppervlak liggende bindingsfout wordt gesimuleerd. In plaats van de staaf bij de gebruikstemperatuur op buiging te belasten (hogere constraint) wordt de staaf aan een trekproef onderworpen. Onder (langzaam) toenemende trekbelasting (verplaatsingsgestuurd) wordt de scheuropening geregistreerd.

Uit de resultaten van de test volgt de energie Jmax benodigd voor scheuruitbreiding tot aan het punt waar de maximale sterkte (treksterkte) van de staaf bereikt wordt. Deze energie kan worden geconverteerd naar een voor het betreffende materiaal equivalente CTOD waarde.

vervolg 7(eind)

Diensten

Beproeving van vezelversterkte kunststoffen

Vezelversterkte kunststoffen (VVK) worden vervaardigd door sterke glas-, aramide-, of koolstofvezels te binden door middel van kunstharsen, vaak polyesters of epoxy’s. Tijdens de fabricage of het gebruik van vezelversterkte onderdelen, waarbij in verband met de stijfheid van het onderdeel veelal ook nog gebruik gemaakt wordt van kernen van bijvoorbeeld schuim of zogenaamde honingraat, is het in een aantal gevallen van belang om te controleren op:

  • de positionering van de vezels (willekeurig georiënteerd in mat, of georiënteerd volgens een vast patroon in weefsels, garens), bijvoorbeeld:
    • willekeurig
    • onder hoeken van i.h.a. 1 +/- 45 of 90 graden met de as-richting van het te maken onderdeel
  • de wijze van aanbrengen van de vezels
    • spuiten
    • hand lay-out
    • machinaal wikkelen
  • de wijze van aanbrengen van het hars
    • handmatig met de kwast
    • spuiten
    • geëmpregneerde vezel of weefsel

Die controle kan bestaan uit:

  • bepaling van de stijfheid (elasticiteitsmodulus) van het VVK middels een buigproef
  • bepaling van de laagopbouw door een verbrandingsproef
  • bepaling van de vezel/harsverhouding door middel van een verbrandingsproef

Diensten

Warmtebehandelingen

Warmtebehandelingen kunnen, als deel van het fabricage of verwerkingsproces aan metalen worden gegeven. Een dergelijke warmtebehandeling kan twee verschillende doelen hebben. Namelijk: 1) verandering van de microstructuur van het materiaal, en dus verandering van de mechanische of corrosie eigenschappen van dat materiaal 2) verlaging van de inwendige materiaalspanningen in het materiaal of het metalen product. Een bijzonder derde doel, dat gecombineerd kan worden met bovenstaande twee doelen, kan zijn het laten diffunderen van atomen van stoffen, zoals koolstof (carboneren), stikstof (nitreren) of waterstof (waterstofarm gloeien).

In een aantal gevallen maakt het uitvoeren van een warmtebehandeling van een proefstuk deel uit van een onderzoek aan lasproefplaten of aanlasproefplaten, zoals Schielab die met grote regelmaat uitvoert. Maar ook bij schade onderzoek kunnen warmtebehandelingen een grote rol spelen, hetzij als oorzaak van de schade, hetzij als mogelijke remedie van toekomstige schades. Kennis met betrekking tot de zogenaamde fasediagrammen, de microstructuren en de effecten van de warmtebehandelingen (tijd, temperatuur, opwarmsnelheid en afkoelsnelheid) op de verschillende metalen, maar ook van de (praktische) mogelijkheden tot het uitvoeren van de warmtebehandelingen aan de specifieke constructies is dan van essentieel belang voor het verkrijgen van een juist resultaat of advies. Ook daarvoor kunt u bij Schielab terecht.

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste warmtebehandelingen aan metalen en lasverbindingen in metalen:

Diensten

Warmtebehandelingen

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste warmtebehandelingen aan metalen en lasverbindingen in metalen:

  • Voorwarmen (preheating)
  • Spanningsarm gloeien (stress relieving)
  • Hardern (quenching)
  • Ontlaten (tempering)
  • Veredelen (quenching + tempering)
  • Normaal gloeien (normalising)
  • Precipitatie harden (precipitation hardening), soms veredelen genoemd
  • Waterstofarm gloeien (soaking)
  • Oplosgloeien (solution heat treating)
  • Sensitiseren (sensitization)
vervolg 1(eind)

Diensten

(Niet-)destructief onderzoek

In de lastechniek worden twee groepen onderzoek onderscheiden, namelijk niet-destructief onderzoek (visueel onderzoek, radiografie (röntgen en gammastraling), ultrasoon onderzoek, penetrant en magnetisch onderzoek, wervelstroomonderzoek) en destructief onderzoek. Onder destructief onderzoek worden verstaan alle onderzoeken, waarbij het te onderzoeken object/monster kapot wordt gemaakt. Dit gebeurt door snijden, zagen, slijpen, knippen, frezen, draaien en boren. Hiermee worden delen zichtbaar gemaakt voor onderzoek of proefstukken gemaakt die vervolgens kunnen worden beproefd.

Een dergelijke proefstuk is bijvoorbeeld de trekstaaf. Trekstaven voor het uitvoeren van trekproeven ter bepaling van de mechanische eigenschappen, zoals de vloei- of rekgrens, de treksterkte, de breekrek en de insnoering. Bij een trekproef worden de trekstaven belast met een toenemende kracht totdat breuk optreedt. Tijdens de proef wordt de verlenging gemeten. Trekstaven kunnen worden gemaakt dwars over de las, om de sterkte van de las te bepalen, of van basismateriaal, in een richting dwars op de walsrichting of evenwijdig daaraan. Ook kunnen trekstaven in de dikterichting van een plaat of pijpmateriaal uitgenomen worden.
Om de kerftaaiheid of kerfslagwaarde, de weerstand van een materiaal tegen een plotselinge stootbelasting bij de ontwerptemperatuur, te bepalen, worden kerfslagstaven gemaakt.

Taaiheid is van belang voor materialen. Behalve de trekproef kan men ook een goede indruk van de taaiheid verkrijgen middels een buigproef. Een strook materiaal (vaak inclusief een las) wordt daarbij om een doorn gebogen. Deze doorn heeft een diameter, die afhankelijk is van het type (las)materiaal en de dikte van het proefstuk. In dit geval betekent scheuren over het algemeen falen.

Diensten

(Niet-)destructief onderzoek

Een andere in de lastechniek veel uitgevoerd onderzoek is het macroscopisch onderzoek, waarbij van een las een doorsnede wordt gemaakt. Deze wordt geprepareerd voor onderzoek bij vergrotingen tot 50x. Op zo’n doorsnede zijn de verschillende laslagen te onderscheiden en kunnen eventuele lasdefecten worden vastgesteld. Aan een dergelijke doorsnede kunnen ook hardheidsmetingen worden uitgevoerd volgens de verschillende meetmethoden. Hierbij wordt een diamanten piramidevormig lichaam (Vickers) of een kogel (Brinell) met een gespecificeerde kracht in het materiaal gedrukt. De grootte (diepte of breedte) van de indrukking is een maat voor de hardheid. De locaties waar gemeten moet worden liggen vast in de verschillende van toepassing zijnde voorschriften.
Een ander onderzoek is de bepaling van de chemische samenstelling van een materiaal of lasmetaal. Hiervoor kunnen blokjes of spaantjes worden uitgenomen die worden geanalyseerd middels nat-chemische methoden of optische emissie spectrometrie. En natuurlijk, voor corrosievaste materialen worden soms corrosieproeven uitgevoerd, waarvoor ook blokjes materiaal uitgenomen moeten worden.

Alle proeven worden uitgevoerd volgens de op het werk van toepassing zijnde, en in de bestekken genoemde, voorschriften. Ieder voorschrift verlangt een of meer van bovenstaande niet-destructieve of destructieve onderzoeken. Voorbeelden van de voorschriften zijn de Europese norm voor het kwalificeren van lassers EN 287-1 of de norm voor het kwalificeren van lasmethode kwalificaties EN-ISO 15614-1.

vervolg 7(eind)

Diensten

Schade metallografisch onderzoek

Schade metallografisch onderzoek

Corrosieonderzoek

Schade metallografisch onderzoek

Schade- en metallografisch onderzoek

Schade en metallografisch onderzoek maken in toenemende mate deel uit van het proces van totale kwaliteitsbeheersing, productcontrole en conditie bewaking. Hierbij spelen bedrijfseconomische en juridische overwegingen een belangrijke rol.

Als constructies of onderdelen van constructies falen of schade hebben opgelopen tijdens normaal gebruik of juist door blootstelling aan extreme condities (brand, explosies, agressieve milieu's, etc.), is het van belang de oorzaak van het falen en/of de omvang van de schade vast te stellen. Pas daarna kunnen de juiste maatregelen worden getroffen om herhaling van deze of soortgelijke incidenten te voorkomen. Eventueel noodzakelijke reparaties kunnen vaak pas op verantwoorde wijze worden uitgevoerd na schade of metallografisch onderzoek. Door tijdig onderzoek te laten uitvoeren, kan verder productieverlies door stilstand en schade aan het milieu wordt beperkt.

Ook kunnen eventuele schadeclaims van afnemers worden bestreden door middel van doelgericht onderzoek. Dit wordt steeds belangrijker, zeker sinds de invoering van de wet op de productaansprakelijkheid, waardoor de bewijslast bij de producent ligt.

Het uitvoeren van schadeonderzoek en het oplossen van materiaalkundige problemen (ook vanaf het ontwerpstadium) behoren tot het uitgebreide werkterrein van Schielab. Daartoe beschikt Schielab o.a. over raster elektronen microscopen, optische microscopen met fotografische opties en videoprinters, ferriet meters, micro-hardheidsmeters, analyse apparatuur, corrosieproef opstellingen en mechanisch/technologische beproevingsfaciliteiten. Indien nodig kan Schielab bovendien gebruik maken van haar netwerk (NDO uitvoering en ontwikkeling / technische inspecties / toegepaste mechanica / geometrische meettechniek).

Schade metallografisch onderzoek

Schade- en metallografisch onderzoek

Schielab voert genoemde werkzaamheden uit voor o.a.

  • de petrochemische industrie
  • de olie en gas winningindustrie
  • de offshore industrie
  • energie producenten
  • expertise bureaus
  • scheepsbouw industrie
  • machinebouwers
  • apparatenbouwers
  • materiaal leveranciers
  • overheidsinstanties
vervolg 1(eind)

Schade metallografisch onderzoek

Replica onderzoek

Schade metallografisch onderzoek

Sterkte- en levensduuranalyse

Schade metallografisch onderzoek

Appendage keuringen

Met appendages worden afsluitorganen (bijvoorbeeld veiligheidskleppen), vloeistofpeil meters, drukregelaars, slangen, buigzame metalen leidingen, LPG pompen en dergelijke bedoeld. Schielab voert zogenaamd appendage onderzoek uit, ten behoeve van het verstrekken van zogenaamde type-keuren. Hiertoe wordt de te testen appendage aan verschillende onderzoeken onderworpen.

De uit te voeren onderzoeken staan beschreven in de voorschriften voor type-beoordeling en het onderzoek van toebehoren voor Propaan, Butaan, en LPG-installaties van Stoomwezen, "UL" Standards for Safety en diverse Europese normen. De onderzoeken bestaan uit de beoordeling van de constructie en de toegepaste materialen, de controle op een goede werking middels o.a. duurzaamheids proeven, gangbare onderzoeken ter vaststelling van de mechanische eigenschappen van de toegepaste materialen, duurproeven op de buigzaamheid van kunststofslangen bij lage temperaturen, ozon-bestendigheidsproeven, en pers- en barstproeven tot drukken van 3000 bar.

Schielab voert de proeven uit als onderdeel van de afspraken tussen Stoomwezen en Schielab, zoals die gemaakt zijn tijdens de overname van een deel van het laboratorium van de toenmalige "Dienst voor het Stoomwezen" door Schielab, in 1988.

Van de goedgekeurde, en op grond daarvan door het Stoomwezen toegelaten appendages, is in het blad M0806 van de "Regels voor Toestellen onder Druk" een opsomming gemaakt. Deze lijst wordt jaarlijks door Stoomwezen aangepast.

Schade metallografisch onderzoek

Component beproeving

Chemische analyse

In het laboratorium

De samenstelling van een materiaal bepaalt direct of indirect vrijwel alle eigenschappen. Controle van de materiaalsamenstelling is daarom van belang. Naast de klassieke nat chemische methode (die bij ons zuster laboratorium in Sheffield wordt uitgevoerd) bestaat ook de mogelijkheid om de samenstelling te bepalen door materiaal (metaal of legering) in een elektrische boog te verdampen en vervolgens de samenstelling van de damp te bepalen. Deze methode staat bekend onder de naam Optische Emissie Spectrometrie (OES). Deze methode kent tegenwoordig een zeer grote nauwkeurigheid en heeft als groot voordeel dat deze methode in één "meting" de mogelijkheid biedt de gehaltes aan vrijwel alle standaard (legering en toevoeging) elementen als silicium, mangaan, chroom, nikkel en molybdeen te bepalen. Maar ook de elementen koolstof, zwavel, fosfor, stikstof en de elementen borium, vanadium, e.a. kunnen in dezelfde meting worden meegenomen en bepaald. In een aantal gevallen moet echter toch vanwege het specifieke element of de zo geringe concentratie of de stof (geen metaal of legering, of een poreus metaal) worden terug gevallen op nat-chemisch onderzoek.

Schielab beschikt over meerdere emissie spectrometers, namelijk een zeer nauwkeurige statische spectrometer waarvoor kleinere monsters (met een oppervlam van ongeveer een één Euro munt) moeten worden aangeleverd of uit het betreffende te analyseren product worden genomen. Ook heeft Schielab enkele mobiele spectrometers, waarmee ter plaatse bij onze opdrachtgevers op een niet-destructieve manier de samenstelling van metalen onderdelen worden bepaald. Hiermee kunnen, anders dan bij de bekende PMI apparatuur, die veelal gebaseerd is op de röntgen fluorescentie techniek, op locatie ook behalve de gebruikelijke legeringelementen ook koolstof, zwavel en fosfor worden bepaald. Zo kan bijvoorbeeld het koolstof-equivalent van onbekende stalen nodig voor lasreparatie worden bepaald. Ook voor de keuze van het toevoegmateriaal bij lasreparaties kan dit van belang zijn.

Chemische analyse

In het laboratorium

De materialen die in aanmerking komen voor onderzoek met de emissie spectrometer zijn o.a.:

  • ongelegeerd en laag gelegeerd koolstofstaal
  • gietijzer en gietstaal
  • roestvaste stalen (austenieten, ferrieten en martensieten)
  • nikkel-, aluminium- en koperlegeringen
vervolg 1(eind)

Chemische analyse

Op locatie

Behalve de emissie spectrometers beschikt Schielab ook over draagbare röntgen fluorescentie spectrometers. Deze apparatuur is alleen geschikt om elementen zoals chroom, nikkel, molybdeen, vanadium, titaan en vele andere aan te tonen en semi-kwantitatief de gehalten daarvan te bepalen, en daarmee legeringen te identificeren. Door de compactheid en gewicht is het meten op de meeste locaties en posities mogelijk. Deze röntgen fluorescentie spectrometers werken met een radioactieve bron of een röntgenbuis, waarmee het monster wordt bestraald. Hierdoor zullen de in het metaal aanwezige elementen elk hun eigen qua golflengte specifieke röntgenstraling uitzenden. Deze straling wordt vervolgens gemeten. De golflengte geeft de aanwezigheid van het element aan, de hoeveelheid straling met die specifieke golflengte geeft de concentratie van het betreffende element aan. Door middel van dergelijke röntgen fluorescentie spectrometers kunnen materialen worden herkend (positief worden geïdentificeerd; Positieve Materiaal Identificatie (PMI)) en kan gecontroleerd worden of er geen materiaalverwisseling heeft plaatsgevonden in constructies. Want zeker is dat verwisseling van materialen, dus toepassing van materialen op ongeschikte posities grote gevolgen kan hebben door bijvoorbeeld corrosie. PMI of verwisselingsonderzoek wordt vaak toegepast bij installaties waarin de volgende materialen zijn verwerkt:

  • roestvast staal
  • nikkel legeringen
  • laaggelegeerde Cr-Mo stalen (kruipvaste materialen)

Ingeval er slechts een zeer klein stukje materiaal beschikbaar is, bijvoorbeeld slechts ter grootte van een speldenknop, dan kan met behulp van de energie dispersieve röntgen micro analyse (EDX) opstellingen op onze elektronenmicroscopen een semi-kwantitatieve analyse worden uitgevoerd. Met deze opstellingen kan ook de samenstelling van corrosieproducten worden geanalyseerd.

Materiaalkeuze

De selectie van het juiste materiaal voor een bepaald ontwerp is de eerste stap, aangezien het materiaal de verbinding is tussen de berekeningen, tekeningen en het werkende product. Materiaalkeuze en daarmee de mogelijke en onmogelijke vervaardigingprocessen vormen een wezenlijk deel van het ontwerpproces. De moeilijkheid van de materiaalkeuze wordt duidelijk als men zich realiseert dat er op dit moment binnen de verschillende hoofdgroepen samen (metalen, kunststoffen, keramiek, glas en composieten) al meer dan 100.000 toepasbare materialen zijn waaruit gekozen moet worden. En dit aantal blijft toenemen doordat er steeds meer goed toepasbare materialen worden ontwikkeld.

Er is dus een zeer groot aanbod van mogelijke materialen, maar in het algemeen is het echter zo dat een ontwerper vaak slechts kennis heeft van, en de beschikking heeft over informatie van 50 tot 80 materialen; e.e.a. is o.a. afhankelijk van de ervaring van de ontwerper, van de in het verleden gebruikte materialen en van de productenrange van het bedrijf waarvoor de ontwerper werkt.

Naast de complexiteit van de materiaalselectie is ook het belang van de materiaalselectie gedurende de afgelopen jaren toegenomen. De mogelijkheden, maar ook de beperkingen van de nieuw ontwikkelde materialen worden meer en meer materiaal-specifiek. En naarmate de concurrentie toeneemt, moet er slimmer worden ontworpen en geproduceerd. En daarbij is de materiaalkeuze, die vaak meer dan 50% van de totale kosten van de product bepalen, van toenemend belang. Het gekozen materiaal heeft namelijk niet alleen een prijskaartje, maar bepaalt ook de wijze van bewerken, omvormen, warmtebehandelingen, oppervlaktebehandelingen, enz. Tevens kan een onjuist gekozen materiaal aanleiding geven tot falen van het betreffende onderdeel, maar ook tot gevolgschade en schadeclaims leiden.

Materiaalkeuze

Duidelijk is dat de keuze van een materiaal meer inhoudt dan het kiezen van het materiaal met de beste eigenschappen in relatie tot de toepassing. De keuze is nauw verbonden met de verwerking. Een slecht gekozen materiaal kan de fabricagekosten verhogen en daarmee ook de productkosten. Maar ook kunnen de eigenschappen van een materiaal verbeteren, maar zeker ook verslechteren door de fabricage processen. De relaties tussen materiaal, ontwerp en fabricage zijn schematisch weergegeven in figuur 1.

Figuur 1

Materiaalkeuze

Zoals eerder vermeld, is met de grote aantallen materialen en fabricage processen waaruit gekozen kan worden, enige systematiek nodig om het keuzeproces te vereenvoudigen, of mogelijk te maken. Deze systematiek is afhankelijk van de situatie waarin een materiaalkeuze moet plaats vinden. De materiaalkeuze is meestal bedoeld voor een van de volgende situaties:

  • de keuze van de materialen en maakprocessen voor een nieuw product of ontwerp
  • de evaluatie van alternatieve materialen, maakprocessen of volgorde van maakprocessen voor een reeds bestaand product of ontwerp. Redenen hiervoor kunnen zijn kostenverlaging of de verbetering van de betrouwbaarheid en/of prestaties. In dit geval moet men zich realiseren dat het productontwerp en de productieprocessen of methodieken dan vaak ook aanpassing vereisen.

De materiaalkeuze voor een nieuw product of ontwerp kan bestaan uit de volgende stappen:

  1. bepaling van de eigenschappen die het product moet hebben en de vertaling naar de materiaaleigenschappen zoals stijfheid, sterkte, taaiheid, corrosiebestendigheid, slijtvastheid, en factoren als kosten en beschikbaarheid of verkrijgbaarheid.
  2. bepaling van de maakbaarheid in termen als aantal onderdelen, afmeting, complexiteit, maatafwijkingen en oppervlaktegesteldheid van de onderdelen. Bovendien moet gedacht worden aan het gestelde kwaliteitsniveau en de verwerkbaarheid van het materiaal.
  3. vergelijking van de gestelde materiaaleisen met de eigenschappen van de beschikbare materialen en selectie van een aantal materialen, die tenminste aan die minimale eisen voldoen. Aan de gestelde eisen mogen geen concessies worden gedaan.

Materiaalkeuze

  1. gedetailleerd onderzoek van de geselecteerde materialen; analyse van de prestaties van het te maken product, de kosten, de verwerkbaarheid en de beschikbare soorten, vormen (pijp, plaat, staf, enz.) en afmetingen.
  2. specificatie het gekozen materiaal voor het ontwerp (vaststelling van de norm waaraan het materiaal moet voldoen (EN..., ASTM..., AISI..., enz.)

De evaluatie van alternatieve materialen, maakprocessen of volgorde van maakprocessen voor een reeds bestaand product of ontwerp, kan bestaan uit het aflopen van de volgende stappen:

  1. karakterisering van het toegepaste materiaal voor wat betreft geschiktheid, verwerkbaarheid en kosten.
  2. bepaling van de materiaaleigenschappen die moeten worden verbeterd. In dit geval kunnen de resultaten van schade onderzoeken aan in het verleden gefaalde producten de noodzakelijke informatie verschaffen.
  3. inventarisering van alternatieve materialen of alternatieve productieprocessen.
  4. samenstelling van een korte lijst van alternatieve materialen en productieprocessen, welke gebruikt kan worden om de nieuwe kostprijs van de onderdelen te berekenen. Steeds moet geprobeerd worden om onnodige kosten te vermijden door slechts vast te houden aan de gestelde minimum kwaliteit van het onderdeel of product.
  5. evaluatie van de resultaten van stap 4 en selectie van een alternatief materiaal en/of productieproces om reeds toegepaste materialen en/of processen te vervangen.

Materiaalkeuze

Welke methodiek voor materiaalselectie wordt toegepast, bij materiaalkeuze gaat het uiteindelijk om de materialen en hun eigenschappen. Deze materiaaleigenschappen worden bepaald door de structuur van het materiaal die afhankelijk is van de chemische samenstelling en de materiaalverwerking en bepaalt uiteindelijk de prestaties van het materiaal onder de uiteindelijke bedrijfsomstandigheden (zoals druk, temperatuur, medium en materiaalspanningen, al dan niet wisselend, enz.). De onderlinge verbanden zijn schematisch weergegeven in figuur 2.

Figuur 2
vervolg 4(eind)

Verzorging lezingen

Symposium

Verzorging lezingen

Open dagen

Verzorging cursussen

Metaalkunde algemeen

Verzorging cursussen

Metaalkunde...

Verzorging cursussen

Roestvast staal

Verzorging cursussen

Materiaal onderzoek

Verzorging cursussen

Cursussen op maat

Publicaties

Zoeken

Loading
zoeken

Over Schielab

Algemeen

In de loop van de jaren kon Schielab groeien van klein lab voor mechanisch onderzoek tot een beproevings-, onderzoeks- en kenniscentrum van naam. Zo ontwikkelde het zich tot een bedrijf met vier laboratoria, namelijk in Rotterdam, Breda, Sittard en Veendam. Daardoor zijn we altijd daar waar we moeten zijn: dicht bij de klant! Maar belangrijker dan de ligging is natuurlijk de aanwezige kennis, expertise en de beschikbare apparatuur. Met ca. 30 zeer goed opgeleide en ervaren medewerkers en medewerksters, waaronder metaalkundigen, materiaalkundigen, corrosiespecialisten, las- en inspectiedeskundigen en de beschikbare moderne onderzoek- en beproevingsapparatuur kan Schielab in combinatie met haar toeleveranciers voor uit te voeren NDO en proefstaaffabricage vrijwel alle opdrachten aan. "Binnen een zeer concurrerende levertijd".

Die opdrachten kunnen betrekking hebben op de keuze van materialen, het beoordelen op maakbaarheid van constructiedetails (zetten, lassen, gieten, smeden, warmte behandelen, enz.), onderhoudbaarheid (corrosie, e.a.) en de verwachte integriteit (breukmechanisch gedrag, vermoeiingsaspecten). Maar natuurlijk worden ook veel de kwaliteitsonderzoeken voor of tijdens de fabricage uitgevoerd, zoals lassers- en lasprocedure kwalificaties, materiaalcertificatie, corrosieproeven. Op basis van de beschikbare ervaring en kennis (diverse IWE en IWT-ers), het kwaliteits- en veiligheidssysteem is Schielab ook gemachtigd om voor sommige organisaties lasserskwalificaties en lasmethodekwalificaties te begeleiden en af te nemen. Natuurlijk kunnen alle beproevingen worden afgenomen door alle NoBo's, zoals DNV, GL, Lloyds, RINA en TUeV.

Over Schielab

Algemeen

Ook met probleemoplossing tijdens de fabricage, het onderzoeken en oplossen van problemen tijdens het gebruik (vaak wordt dan al van het onderzoek naar de aard en de oorzaak van de schade of het falen gesproken), de voorbereiding of onderbouwen van schadeclaims of juist het voorkomen van claims en bemiddeling (mediation) houdt Schielab zich bezig, net als met het vaststellen van de mate van kruipschade in hoge druk/temperatuurinstallaties.
Het gehele traject van ontwerp tot en met het gebruik van onderdelen, constructies, apparaten en installaties is, als het maar materiaalkundige zaken betreft, bij Schielab in goede handen.
Voor de vervaardiging van proefstaven voor bijvoorbeeld de trek-, buig- en kerfslagproeven, maar ook voor corrosieonderzoek en vermoeiingsproeven, CTOD en SENT proeven, werken wij samen met de firma Nieuwstraten Proefstaven, die ook een gecertificeerd, zeer goed werkend geïntegreerd kwaliteits- en veiligheidssysteem hebben. Zo kan ieder onderzoek goed en volledig gedocumenteerd en daardoor reproduceerbaar worden uitgevoerd. De restanten van de onderzochte proefstukken worden gedurende een vastgelegde periode bewaard voor eventueel vervolgonderzoek of contra expertise.

De door Schielab en haar medewerkers opgebouwde reputatie heeft ertoe geleid dat opdrachtgevers uit alle segmenten van de samenleving ons kennen. Zo wordt er gewerkt voor de grondstoffen industrie, de materiaalleveranciers, de levensmiddelenindustrie en de petrochemie, maar ook voor de maakindustrie en de overheid, zoals de arbeidsinspectie. Verder vinden wij klanten bij expertisebureaus en letselschade bedrijven, fietsfabrieken, de automotive industrie en de bouw.

vervolg 2(eind)

Over Schielab

Algemeen

Overal kent men vragen of problemen, en iedereen kan met materiaalkundige vragen bij ons terecht. Zo onderzoeken wij bijvoorbeeld corrosieproblemen voor de chemie- en petrochemie, maar ook corrosie van chirurgisch gereedschap, sprinklerinstallaties, waterleidingen en kademuren. Ook het onderzoek naar de oorzaak van allerlei typen breuken bijvoorbeeld in schroefassen van zeeschepen en grote bouwkranen, en het uitvoeren inspecties tijdens de bouw van luxe jachten en de oppervlaktebehandeling van roestvast stalen apparaten behoren tot ons dagelijks werk. Schielab is duidelijk groot in haar soort en kent de flexibiliteit van een kleine onderneming. Snel en goed gaan bij Schielab wel samen.

vervolg 2(eind)

Over Schielab

Organisatie

Schielab b.v. behoort tot een groep van laboratoria (ook wel de groep Materials Testing Technology genoemd). Tot deze groep behoren naast Schielab ook de zusterlaboratoria, Materials Engineering Ltd. (MEL) in Aberdeen, Schotland, Sheffield Testing Laboratories Ltd. en MTT-Werkstofflabor GmbH in Herne, Duitsland. Alle laboratoria opereren onder hetzelfde management. In de onderstaande figuur is het organigram van Schielab Nederland weergegeven.

organisatie

Over Schielab

Achtergrond

Schielab is in 1988 gestart met 5 personeelsleden en tot op heden is het bedrijf door acquisities en autonome groei gegroeid. In de loop van de jaren heeft Schielab zich ontwikkeld tot een onderzoeksinstelling met een uitstekende reputatie, dat op dit moment in Nederland bestaat uit vier materiaalkundige laboratoria, meer dan 30 ervaren medewerkers en moderne onderzoeksapparatuur.

De filosofie van Schielab is dat de combinatie van goede opleidingen en kwalificaties, samen met geschikte apparatuur en de vereiste ervaring het beste resultaat garanderen. Vandaar dat het beleid van Schielab er ook op gericht is deze factoren zo goed mogelijk samen te brengen. Dit heeft ertoe geleid dat het opleidingsniveau van het personeel hoog is. Binnen Schielab zijn er een groot aantal TU- en HTS-ingenieurs en MTS'er's in de richtingen metaalkunde, werktuigbouwkunde, chemie en laboratoriumtechniek. Bovendien beschikt een groot deel van het personeel over een aanvullende opleiding(-en), zoals laspraktijk ingenieur (LPI, IWE), lasinspecteur (IWI), visueel lasinspecteur (VT2), middelbaar lastechnicus, corrosie specialist en keuring en inspectie (SKK 3).

Wat betreft onderzoeksapparatuur beschikt Schielab onder andere over diverse computergestuurde trek- en vermoeiingsbanken, verschillende elektronen microscopen, chemische analyse apparatuur, digitale beeldverwerking voor de microscopen, verscheidene warmtebehandeling faciliteiten en als eerste in Nederland over automatische hardheidsmeters. Mocht de uitgebreide apparatuur van Schielab niet toereikend blijken voor het gewenste onderzoek, dan kan Schielab gebruik maken van de faciliteiten van de zuster laboratoria in Duitsland, Engeland en Schotland, die onder hetzelfde management opereren en het netwerk van Schielab versterken.

Over Schielab

Accreditatie

Het kwaliteitssysteem van Schielab voldoet aan de eisen van de EN 17025. Dit is een norm die in grote lijnen vergelijkbaar is met ISO 9001, en die ook zeker dekt, maar is toegespitst op laboratoria. Tevens is Schielab in het bezit van een VCA*-certificaat, een bewijs van haar gecertificeerde veiligheidssysteem.

De laboratoria van Schielab zijn aanvaard door vele toezichthoudende instanties, waaronder maar niet uitsluitend Stoomwezen, Lloyd’s Register, TÜV, Bureau Veritas, DNV en Germanischer Lloyd.

Nieuwsbrief

Over onze nieuwsbrief

Nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Bedrijfsnaam  
Aanhef  
Voornaam
*
Achternaam
*
E-mailadres
*
Telefoonnummer
Bedrijfsadres
Postcode & plaats
Belangrijkste bedrijfsactiviteiten:
   
nieuwsbrief

Nieuwsbrief

Uitschrijven nieuwsbrief

Indien u onze nieuwsbrief niet langer wenst te ontvangen dient u de volgende stappen te ondernemen:

  • Stap 1: Vul hieronder het e-mailadres in waarop u momenteel onze nieuwsbrief ontvangt en klik op uitschrijven. Er wordt dan een bevestigingsmail naar het opgegeven e-mailadres verstuurd.
  • Stap 2: Open na ontvangst het bericht "Uitschrijven nieuwsbrief Schielab" en volg de daarin meegestuurde link.

U krijgt vervolgens de melding dat uw inschrijving is verwijderd.

Uit te schrijven e-mailadres:

tot ziens

Contact

Adressen

 
Vestiging Rotterdam
Sevillaweg 64
3047 AL Rotterdam
Telefoon: 010-4375359
Fax: 010-4152945
rotterdam@schielab.nl
routeplanner
 
Vestiging Veendam
Vrijheidsweg 14
9641 KR Veendam
Telefoon: 0598-350855
Fax: 0598-350565
veendam@schielab.nl
routeplanner
Vestiging Breda
Voorerf 18
4824 GN Breda
Telefoon: 076-5424300
Fax: 076-5424848
breda@schielab.nl
routeplanner
 
Schielab Beek
Schuttersstraat 27 B
6191 RZ Beek
Telefoon: 046-4511197
Fax: 046-4523605
beek@schielab.nl
routeplanner
 

Contact

Route

Contact

Contactformulier

Bedrijfsnaam  
Aanhef  
Naam *
E-mailadres
*
Telefoon  
Onderwerp  
Bericht  
   
contact

Schielab bv

Het adres voor advies, research en testen van metaal en ander constructiemateriaal

Wanneer u met uw bedrijf een product/toepassing ontwikkelt of wil verbeteren, dient u keuzes te maken over het materiaal. En moet u op essentiële vragen het juiste antwoord weten. Wat zijn de eigenschappen? Waar moet u rekening houden bij het ontwerp, productie en het gebruik?

Tot de kern van de zaak
Schielab logo

Vacatures

Werken bij Schielab

Met spoed gezocht

2 vacatures

Werkvoorbereider

Werkzaamheden: Opstellen van planning, materieel, onderhouden van contact met leveranciers, verrichten van nacalculatie, verwerken van meer- en minderwerk.

  • MBO/HBO Opleiding of denkniveau
  • goede communicatieve vaardigheden
  • Beschikken over goede computervaardigheden (MS office & planprogramma's)
Maak gebruik van ons contactformulier om te reageren op deze vacatures.

Nieuws

Het schielab nieuws

Er is momenteel geen nieuws

Nieuws

Het schielab nieuws